Hemelvaart | donderdag 2 juni 2011 [slot]

Dit is de laatste tekst op de website van Joep. Alles is gezegd. Laten we de Dikke van Dale op het kampvuurtje in de uiterwaarden leggen. Vuur loutert. 

Alles is gezegd. En nog te weinig: op bladzijde 2068 zullen de vlammen geen vat krijgen Halverwege staat het, in de linkerkolom: waarom. Ongenaakbaar.

Het is Hemelvaart. Nog zo'n eigenaardig woord. Niet te lang naar kijken – er klotst water tussen de letters. Leg ze in de zon. Laat ze drogen. Gooi ze in de lucht. Ze zullen zelf hun weg vinden. Zoals alles en iedereen.

Alles is gezegd. Maar nog niet gevoeld. Heb geduld: dat komt wel. Verdriet kent je postcode. Woede weet waar je woont. En heimwee heeft nog een reservesleutel. Vroeger hadden we een nachtslot. Nu is de deur open. Na 25 februari 2011 sluiten we niets meer uit.

Wat we ook doen: overeind komen. Stof van kleren slaan. Vergeten post doornemen. Werken. Naar het kabaal in het mezenkastje van de buren luisteren – acht jonkies. Ouder worden. Kranten lezen, ook familieberichten. Over de slordige vergankelijkheid nadenken: er gaan mensen dood van wie je niet wist dat ze geboren waren. Naar de buurman luisteren. Gisteren is een mees uitgevlogen, zegt-ie. We hebben ’t niet gezien.

Een kort verslag van moeizaam hernomen levens. Daniël droomt over een lange reis. Mech is geslaagd voor haar coachingsopleiding en maakt haar huis leeg voor de aangekondigde renovatie. Ton en Loes werken, zo goed en bij vlagen kwaad als dat gaat. Heleen zoekt enkele dagen rust in Rome. Ton en Tine vinden troost in de zekerheid dat hun zoon op zoveel zielen z’n vingerafdrukken heeft achtergelaten. Mieke heeft een kat uit het asiel in huis genomen. De Tuinmannen hebben vorige week in de Verkadefabriek het plan ontvouwd waaraan ook Joep anderhalf jaar lang – letterlijk tot op de avond voor zijn vertrek – z’n denk- en daadkracht heeft geschonken: de oude mengvoederfabriek De Heus in Den Bosch tot een tuin der lusten voor cultuur en ontmoeting transformeren. De Zoldermannen? Die leven nog enkele dagen in wintertijd. Maandag zullen ze de grote stationsklok op de Walpoort een uur vooruitzetten – jarenlang was dat een klusje van Joep.

Alles is gezegd. Zelfs de stilte heeft af en toe het woord genomen, besef je op Hemelvaart 2011. Je mijmert. De bel gaat. Je doet open. ’t Leven staat voor de deur. Half schutterig, half stoer. Wilskrachtige oogopslag. Rode bal onder z’n arm. “Kom je weer buitenspelen?”, vraagt-ie. Je aarzelt. Het woordenboek roept iets, vanuit de kamer. Je verontschuldigt je tegenover het leven. Loopt naar de tafel. De Dikke van Dale slaat zichzelf open. Gidst je naar de bladzijden 1005, 1013 en 1039: lente, licht en lucht. Terug de gang in. “Ik kom”, knik je. Je trekt je schoenen aan. Je denkt aan hem en aan bladzijde 1016: liefde. 

Later zul je je proberen te herinneren of je rechter- of linkervoet als eerste over de drempel stapte. Je zult het niet meer kunnen achterhalen. Maar je ging. En je wist dat hij met je meeliep.


Dank, voor al jullie steun en liefde.

Terugblik op herdenking 22 mei

Een korte terugblik: op zondag 22 mei hebben we een openbare herdenkingsbijeenkomst in de Verkadefabriek in Den Bosch gehouden. Enkele honderden mensen hebben deze bezocht. De overweging om deze middag te organiseren: we wilden de velen die met Joep werkten en leefden en/of ons in de afgelopen maanden steunden de kans geven om gezamenlijk stil te staan bij Joep. De bijeenkomst omvatte foto's, teksten van familieleden en vrienden, korte interviews met betrokkenen uit de wereld van cultuur en media, en levende muziek van The Hardcore Troubadours – waar Joep deel van uitmaakte, pianist Bart van Dongen en trompetist Jeroen Doomernik en tenor Steve Dugardin. 

Het was een betekenisvolle middag die inhoudelijk en in stijl recht deed aan Joep. Na afloop draaide Dirk Verhoeven in de foyer muziek die uit Joeps uitpuilende platenkast gevallen had kunnen zijn. De playlist vind je op Facebook, onder Productiehuis Brabant. 

Tot slot een retorische vraag: kent de dood haar plaats? Niet altijd. Ze is vaak rauw, slordig, te triomfantelijk. 
Laten we de dood deze lente kalm maar kordaat weer op haar plaats wijzen. 
Want ze hoort naast het leven. 
Niet erboven, al verkeerde ze de afgelopen maanden in de schijn van het tegendeel.

De zesde dag na het afscheid van Joep | donderdag 19 mei 2011

Afgelopen weekeinde kondigden we een blog aan. Belofte maakt schuld. Of geldt vaker het omgekeerde? 

Dat is het nadeel van Joeps ongerijmde verdwijning en dood: je gaat zekerheden betwijfelen waarvan je dacht dat ze vaststonden. Of is dat een voordeel? Afscheid van onwrikbaarheid in één alinea.

Het was vreemd, vorige week donderdag. Na 77 dagen – of langer – waren we weer voor het eerst met Joep in één ruimte. Themamuziek uit de film 'Babel', gitaarmuziek en zang van afwisselend Hans en Helge, teksten, bloemen, foto’s. Afscheid, klaarblijkelijk. Want kijk: een kist, rijen verslagenheid, zout op hout. Dit moet wel een laatste hereniging zijn. Tot je na pakweg drie kwartier denkt: maar waar ben ik beland? Afscheid van Joep? Hoezo? Wat is hier in gods- of gidsnaam aan de hand? Something deeply wrong. 

Korte terugblik. Ruim 69 dagen wist hoofd dat Joep dood was. Maar hart liet de post ongeopend. Tot 4 mei, de dag met de scherpte van een briefopener. Die stille dag zei: Joep is dood, maar ik geef hem terug.

Aan wat onomkeerbaar is, kun je niet ontkomen. Dat geldt voor de dood. Dat geldt voor diep verdriet. Hartepijn maakt klein. Je wil je verstoppen: tussen tafelpoten, bladerdek, holletje in je hand. Maar verdriet kan je ook laten verlangen naar grote ruimtes. Vemen, hallen, hangars. Vergeefs: te klein voor wat je voelt. Te karig in kubiek meters voor wat je niet kunt bevatten. 

Verdriet maakt ook hardleers. Nog regelmatig lopen we in de val: reconstrueren, omsingelen, kantelen, deduceren. Als-dit-dan-dat. Niet doen. Of in ieder geval: met mate. Want de dood is een zevensterrensudoko. Wie haar wil kennen, lost op in onoplosbaarheid. 

Het raadsel? Dat blijft. Altijd. Maar hak een raam in je vragen. Kijk erdoorheen. Denk een deur. Loop naar buiten. Zoek geen onderdak in het mysterie. Zet geen tafel en bed in waarom. Het zou hoogmoed zijn. Niemand zal de gedachten, emoties, paden en daden van Joep op de vroege ochtend van vrijdag 25 februari kunnen beschrijven – laat staan doorgronden. Bovenal ben je waarschijnlijk een te mooi mens om in denken te eindigen. 

Ga leven. Doe dat zo toegewijd, gewetensvol en bewogen mogelijk. Als je dat doet, kom je Joep in jezelf tegen. 
Alive and kicking.

Lieve groet, mogelijk tot zondag in de Verkadefabriek.

de 69ste dag | woensdagnacht 4 mei 2011

4 mei, stilstaan bij de doden, twee druppels stilte.

4 mei, stilstaan bij Joep, die de zee van stilte eindelijk doorbreekt.   

Joep is terug, op de oevers van het wachten.

De feiten: een lid van de Genie heeft Joep vanochtend [woensdag] rond 09.00 uur bij toeval ontdekt in een zijtak van de Maas. Joep is circa 500 meter links van de Hedelse brug bij Crèvecoeur gevonden. Zijn lichaam was ongehavend.

Joep is teruggekomen op 4 mei.

Onze cultuur en taal kennen wel ‘herdenken’, maar niet ‘hervoelen’. Dat heeft een kale reden: lijfsbehoud.
Als we deze vierde mei alle aanrakingen, oogopslagen, woorden, muziekklanken en liefde van Joep zouden hervoelen, zouden onze harten aan scherven gaan.

Het is ver voorbij acht uur. De Dam is leeg, de huiskamer van Joep is vol. Vanavond is het druk hier. Komen en gaan, de getijdentafel van betrokkenheid. Dit is de langverwachte dag. Van tranen, extra pakken koffie, een symfonie van sms’jes, zwarte humor, verhalen, nog meer tranen. Maar rauwe opluchting voert de boventoon – in mineur.

Joep is terug.

23.40 uur. Nacht boven Nederland. Pak je geduld zachtjes bij de hand. Want zij heeft zwartomkranste ogen. Stop haar in bed. Je hoeft niet lang te wachten. Je geduld valt zo in slaap: ze heeft doorwaakte etmalen beleefd. Zie maar: het slaapkamerbehang. Wachtrijen van streepjes. Kijk naar de laatste, die je vanavond onvast van emoties hebt gezet.

De 69ste dag, tijd geturfd in potloodlijn.

Uitgeteld, maar dankbaar: er zal nooit een 70ste zijn.

Joep is terug.

___________

nader bericht over afscheid volgt in de komende dagen. 

De 65ste dag | Zaterdag 30 april 2011

Het is oranje in Thorn, Amsterdam, Den Bosch. Koninginnedag. Fanfares, versierde fietsen, fusten die leeg willen. De vlag uit. Met wimpel. Niks halfstok. Dit is de 65ste dag. 

Cijfers zijn vluchtig als ether. Korte bedwelming. En dan – weg. Woorden wijken minder snel. Laten we het dan ook in letters zeggen: dit is de vijfenzestigste dag.

Als je in dat woord kijkt, zie je diepte. Een put van wachten. Soms vallen we erin. Telkens klimmen we er weer uit. Dat zou Joep ook niet anders willen.

De hoop dat we hem op korte termijn – of zelfs ooit – vinden, begint te wijken. Maar niet volledig. Hoop is een deur. Al eeuwenlang. Met [gelukkig maar] slecht hang- en sluitwerk. Ze kiert. 

Voorbij alle deuren: de afgelopen twee weken hebben enkelen van ons paragnosten geraadpleegd, zowel rechtstreeks als indirect. Dat levert geen eenduidige aanwijzingen op. Volgens een van hen zou Joep tussen 24 en 29 april gevonden worden. Aan de muur klinkt verontschuldigend gemompel: de kalender. 

Een andere helderziende stelt dat Joep niet gevonden wil worden. Een volgende schrijft ons op grond van enkele verstrekte aanwijzingen – de Hedelse brug, Joeps auto – dat ze er een “naar gevoel” bij krijgt. Gôh. 

Meer trefzekerzekerheid: onze voorspelling dat deze blog ook vandaag gelezen zal worden. Dat is een bemoedigende gedachte. Het is ook de functie van dez blog: een kampvuurtje zijn, waar je aan kunt schuiven. Bij daglicht of ’s nachts: het brandt. 

Weliswaar is het aantal bezoekers en reacties in vergelijking met de eerste dagen van Joeps vermissing afgenomen, maar er is nog een aanzienlijk aantal mensen dat deze blog bezoekt. Een analyse levert troostende conclusies op. Enkele daarvan op rij:

De afgelopen vijf weken is de weblog 20.684 maal bezocht. Daarbij zijn 57.420 paginatitels bekeken. 

De meeste bezoeken kwamen uit Den Bosch [4789], daaropvolgend Eindhoven [1946], Amsterdam [1663], Tilburg [1215], Utrecht [1177], Vught [644], Helmond [318], Haarlem [303] en 501 andere plaatsen in Nederland. 

Ook al is vrijdag 25 februari alweer een rivier van tijd geleden, de bezoekersloyaliteit blijft groot: in de maand april bezocht 21% van de bezoekers de blog slechts één keer, 23% deed dat tien tot 25 keer, 10% vijftig tot honderd keer, 4,5% meer dan honderd maal en 0,4% meer dan 200 maal.

Kale cijfers bij het kampvuur. Maar ze zeggen: je bent niet alleen. Je zou willen dat ook Joep erbij kwam zitten en zwijgend naar de vlammen keek.

Over afscheid. Zoals we al eerder stelden, zal een publiek afscheid van Joep nog vóór de zomervakantie plaatsvinden. Meer daarover zullen we medio mei bekend kunnen maken. 

Tot die tijd proberen we wat voor elk van ons – jullie en wij – het moeilijkste is:

jezelf zien te verzoenen met je lege handen.

Lieve groet.

De 57ste dag, vrijdag 22 april 2011

Goede Vrijdag, zegt de agenda. Dat impliceert dat er ook Slechte Vrijdagen zijn. We kennen er een, nu acht weken geleden. Al weten we tegelijkertijd dat elke dag in onschuld wordt geboren – don’t blame the time.

Vrijdag 25 februari 2011. De dag dat Joep zonder bericht uit huis vertrok. Van die ochtend en van de dagen, weken en maanden ervoor zijn grondige analyses en reconstructies gemaakt. De slotconclusie: Joep is in geestelijke ontreddering vertrokken en zowel zijn karakter als z'n morele overtuigingen – over vaderschap, trouw, liefde en vriendschap – laten zich niet met een vrije dood verenigen. 

Hoe verder? Zoals we vorige week in het vooruitzicht stelden, zijn we de zoektocht naar een datum, schaal en vorm van [tussentijds] afscheid begonnen. Dat is geen eenvoudige expeditie. Immers: je ‘vertrekt’ gezamenlijk op 25 februari, maar ieder heeft z’n eigen gang. De een struikelt, de volgende maakt af en toe een hink-stap-sprong. De derde zegt: ik wil gaan zitten en niet meer verder. Maar we verliezen elkaar niet uit het oog.

Waar we over denken: afscheid nemen in stappen, want verdriet heeft haar eigen tred. Het meest waarschijnlijke is dat we op korte termijn in zeer kleine kring ritueel afscheid van Joep nemen aan de Maas. 

Een publiek afscheid zal pas later zijn, maar vrijwel zeker vóór de zomervakantie, als velen immers over de wereld uitwaaieren. Zo’n gemeenschappelijk afscheid van Joep is op [minstens] twee manieren betekenisvol. Enerzijds zal het alle betrokkenen de kans geven om hun verdriet met elkaar te delen. Anderzijds zal zo’n bijeenkomst markeren wat Joep nalaat: talloze mensen bij wie hij ooit een vingerafdruk op hun ziel heeft achtergelaten. Een verenigde blijk van liefde aan Joep is het minst wat we kunnen doen.

Na een publieke bijeenkomst zal de tijd zich niet sluiten. Want in diepste essentie kunnen we pas afscheid van Joep nemen als hij daadwerkelijk gevonden is – of als er zoveel zeeën van tijd zijn voorbijgegaan dat we in redelijkheid niet meer op de terugkeer van Joep kunnen rekenen. Een mogelijk derde afscheid zal waarschijnlijk opnieuw in zeer kleine kring zijn.

We schrijven dit aan de vooravond van Pasen. Gek: dat is het feest waarop je in de regel het leven verstopt – het ei, waaruit de hoop tevoorschijn wil breken. Maar deze Pasen staat voor de dood die zich verbergt. De tuin te groen, de zon te fel, de vogels die geen aanwijzingen fluiten. We hebben gezocht. En uiteindelijk onszelf en elkaar gevonden.

Deze Pasen zal ook overal in Nederland de Matthaüs Passion klinken. 

Met dat ene zinnetje: 
Erbarme dich. 

Nee, of God bestaat weten we niet. 
Maar ontferming bestaat. 
Ze zal de wereld in gaan. 
In haar eentje. 

En ze zal Joep vinden.

P.S. Jullie reacties blijven kracht geven. Dankjewel.

De 50ste dag, vrijdag 15 april 2011

Lustrum van de leegte. Dit is de vijftigste dag dat Joep vermist is. 

Wat blijft, zijn de vragen. Als een kudde schapen onder je slaapkamerraam. Maar niet te tellen. Op zulke wakkere nachten ontdek je dat zinloosheid vaak een rituele functie heeft. Want voor de duizendste keer stel je vragen zonder antwoorden tegen te komen. Die antwoorden hebben pleinvrees. Je kunt overal rondkijken, maar ze laten zich niet zien.

Drie van die vragen. Wat gebeurde er op die vroege ochtend van vrijdag 25 februari in hoofd en hart van Joep? Waar is hij nu? En wanneer wil de natuur hem teruggeven? 

De verbijstering vorige week donderdag. De laatste zoekactie bij Hedel. Geen Joep. Noch onder de brug, noch in de voormalige haven van de Genie. “Maar hij moet toch ergens zijn?”, zei iemand die avond op de Doessingel. Dat klopt. Maar het begip ‘ergens’ splitst zich deze lente op, in twee tegenovergestelde betekenissen. Ergens betekent: op elke denkbare plek op de wereld. Maar ook: op die ene plek, maximaal twee vierkante meter in oppervlakte. Ergens is een schuw nergens: het durft nog geen ergens te zijn.

Wat we ontdekken: het verdriet om Joep kent z’n eigen, ondoorgrondelijke choreografie. Het is geen logisch patroon. Verdriet sleurt je plotseling naar achteren. Of met een ruk naar voren. Halve cirkel naar links. En verder. Het groeiende inzicht dat verdriet zich niet laat leiden – het wil overgave.

De vijftigste dag. De onvermijdelijkheid. De komende dagen zullen we in kleine kring spreken over afscheid. We gaan proberen een dag te omcirkelen. Inhoud, schaal, vorm en locatie: het zal voorzichtig klank krijgen. Tegelijkertijd zal die dag van afscheid slechts een komma in de tijd zijn. Omdat we pas werkelijk afscheid van Joep kunnen nemen als hij terug is gekomen.

De 42ste dag, donderdag 7 april 2011

Fata morgana’s vind je alleen in woestijnen. Zeggen ze. We weten beter. Je vindt ze ook bij water. Joep is elk takje dat voorbijdrijft.

Vandaag waren we er. Bij de brug aan de Maas. We kennen de lokale wijsheid: ‘Een oeverbezoeker alleen is in slecht gezelschap’. Om die reden waren we er niet alleen. Het was druk bij de rivier.

Vandaag, ruim vijf weken nadat het onderzoek naar Joeps vermissing is gestaakt, is een laatste, omvangrijke zoekactie uitgevoerd.
 
Joep is niet gevonden.

Bij de actie waren negen leden van de Duik- en Demontageploeg van de Koninklijke Marine in Den Helder en veertien manschappen van het Genie Opleidingscentrum uit Den Bosch betrokken. Ook Frank de Man van politiekorps Brabant-Noord was aanwezig.

De coördinatie was in handen van kolonel Valk van de 13e Brigade van de Koninklijke Landmacht in Oirschot. Van 10.00 tot 18.30 uur hebben Marine- en Genie-ploegen in drie boten vrijwel onafgebroken in de zogeheten keerhaven gezocht. Dat is de voormalige oefenhaven van de Genie rechts van de Maas, een inham – van circa 200 bij 100 meter – die in open verbinding met de rivier staat. 

Zowel met boord- als handsonar hebben duikers de bodem van de hele haven verkend. Op de tast hebben zij ook de havenmond en de zone langs alle oevers afgezocht. In de loop van de middag is de zoekactie uitgebreid naar het gebied tussen de pijlers onder de Hedelse brug. Er is een zogenoemde 150%-zoeking uitgevoerd. Oftewel: nadat het gehele gebied grondig is verkend, is het nog een keer afgezocht.

Wij zijn alle betrokkenen – ook de niet-genoemden – oeverloos dankbaar voor hun inzet. 

Hoe nu verder?

We weten het even niet. Vanavond zijn we met enkelen op de Doessingel. Anderen zijn uit verbondendheid met Joep naar de Verkadefabriek, waar ‘De eenzaamheid van de priemgetallen' van Matzer Theaterproducties in première gaat. Die voorstelling was een van de laatste die Joep heeft gefotografeerd.

Een zekerheid: de verdwijning van Joep lijkt bij vlagen op een al te goedkope Amerikaanse B-film in 3D. We kijken in het donker. 

Het is een lange en akelige film.

Telkens hopen we dat-ie snel afgelopen is. 
Want we snappen het incoherente verhaal niet. Laat staan de casting of clou.

Maar de film gaat verder.
Onbarmhartig verder.

Wat ook doorgaat: de verbondenheid met elkaar en met jullie 
in het verlangen naar de aftiteling en dat ene verlossende zinnetje:
dat elke gelijkenis met bestaande personen, gebeurtenissen of plaatsen op akelig toeval berust.

De 38ste dag, zondag 3 april 2011

Over geduld is veel geschreven in de literatuur. Loes, zus van Joep, kreeg onlangs het gedicht ‘Was mich bewegt’ van Rainer Maria Rilke toegespeeld. De Nederlandse vertaling ervan:

Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart
en probeer je vragen met liefde te bezien
als kamers die gesloten zijn
of als boeken in een volslagen vreemde taal

Zoek nog niet naar antwoorden
die kunnen je nog niet gegeven worden
omdat je niet in staat zou zijn ze te leven
En het gaat erom alles te leven

Leef nu de vragen
Misschien zul je dan geleidelijk,
zonder het te merken
jezelf ooit op een dag,
in het antwoord terug vinden

Rainer Maria Rilke

Onszelf terugvinden. Gaan we ooit doen – en op z’n minst hartstochtelijk proberen. Maar eerst Joep. 

Dit is de 38ste dag, Joep is nog altijd spoorloos. Het is koopzondag. Alles te koop behalve de hoop. Hoeft ook niet. Zit in ons. Van nature.

Enkelen van ons zijn er sterk van overtuigd dat Joep deze week gevonden wordt. De politie gebruikt een vuistregel: binnen 40 dagen vind je de vermiste. Zo niet, dan wordt het een aanslag op je uiterste kracht en geduld. Dinsdag 5 april is de 40ste dag. Dan valt de vlag.

Zaterdag 2 april hebben we met zo’n vijftienen de tafel in Joeps huis gedeeld. Eten, drinken, nieuwe omsingelingen van vragen – want ze laten zich nauwelijks benaderen. Schuwe vragen. Voor je het weet, schieten ze weg. De vraag die al vijf weken op z’n qui vive blijft: ‘Waarom?’

Een nieuwe dag. We wachten. Dit wachten kent weinig spraak. Het voltrekt zich in stilte. Alles gezegd, instemmend beknikt. Louter het kijken naar klokken.

Deze lente is een wachtkamer: een tegenstelling in de tijd. Maar een gastvrije. Pak rustig een stoel. Schuif aan. Je bent welkom. 

Hier zitten we. In ons is het stil. Af en toe een opwaaiende vraag. Luidruchtiger is de lente. Want groei wil verbazen, ook oren. We luisteren. Naar het vertakken, ontvouwen en openbreken. We horen het vieren: in de parken en tuinen woont feest. Soms doet dat pijn aan onze oren. Maar we wenden het hoofd niet vijandig af. Wie het leven afwijst, zou Joep ontkennen: de man die in ons leeft.

Tot slot. We blijven kracht putten uit al jullie reacties. Het zijn krokussen, in deze lente die het niet kan helpen dat ze lente is. Gelukkig maar.

Warme groet, tot snel.

De 32ste dag, maandag 28 maart 2011

Soms raken we de tel kwijt. Is Joep nou 31, 32 of 33 dagen vermist? De enige zekerheid: er zitten veel kralen op het telraam van het verdriet.

Afgelopen weekeinde zijn we opnieuw bij elkaar gekomen. Daniël, Mech, familie, enkele vrienden. Eten, drinken, praten. tegen beter weten in probeert ieder van ons de draad weer op te pakken. Wat niet gaat. Wat niet echt gaat. Want je kunt geen afscheid nemen van een vader, lief, broer, zoon, vriend en collega die spoorloos is.

Verdriet wil markeringen. In de tijd. In handelingen. Op een plek waar je nog één keer samenkomt. Rond, voor, met hem. Maar hij is er niet. Van een lege plek kun je geen afscheid nemen.

Verweesd, verworden, verward.

Dat zijn ook De Zoldermannen. Want op de Walpoort hangt al jaren een grote stationsklok, links van Joeps werktafel. Die klok is voor alle Zoldermannen een baken in een zee van krappe tijd en deadlines.

Tweemaal per jaar gaat de klok open, op de ochtend nadat de zomer- of wintertijd is ingegaan. Er is maar een man op de Walpoort die de tijd verzet: Joep.

Vandaag vergissen we ons.

Nee, het is geen 10.24 uur. Het is 11.24 uur.

En nee: het is niet 13.59 uur maar 14.59 uur.

We leven in wintertijd.

Dat laten we zo.

Tot onze Joep terug is.