Daniël: maandag 14 maart 2011

Beste vrienden, familie, collega’s en kennissen,

Het is inmiddels al weer tweeënhalve week geleden dat ik het telefoontje kreeg dat papa’s auto bij de Hedelse brug gesignaleerd was. Een telefoontje dat mijn leven op z’n kop zou zetten. Het begin van tweeënhalve week wachten en zenuwen, ijsberen en peinzen, huilen en balen. Maar ook tweeënhalve week van mooie herinneringen, liefde en lachen. Een rollercoaster van emoties, een slechte B-film waar maar geen einde aan komt.

En toch: life goes on. Hoe moeilijk dat ook is. Ik ben op mijn werk geweest – aan de goeie kant van de bar, dat wel – en ook de Bossche kroegen heb ik weer van binnen bekeken. Ik kom veel fijne mensen tegen, iedereen leeft mee. Ik verbaas me telkens weer over het aantal mensen dat papa kent. Zijn vermissing heeft een enorme impact. En elke blijk van medeleven maakt me sterker. Ik kan het gebruiken. Zonder de steun van vrienden en familie had ik nooit overeind kunnen blijven.

Afgelopen week ben ik ook voor het eerst weer bij de brug wezen kijken. Met een knoop in mijn maag ben ik erheen gereden, maar het viel me uiteindelijk niet tegen. Het zonnetje scheen, de vogeltjes floten. Het heeft me goed gedaan, de negatieve associaties van de eerste dag zijn grotendeels gewist. Wat niet wegneemt dat café Treurenburg nooit mijn stamkroeg zal worden.

Nu ik mijn gewone leventje weer een klein beetje aan het oppakken ben, merk ik ook hoe erg papa daarin verweven is. Hij is overal, met z’n foto’s en zijn spullen maar ook in mijn eigen doen en laten. 

Ik wil nog zo veel vragen stellen en hem vertellen wat ik de laatste dagen heb meegemaakt. Maar dat gaat niet. Ik mis ‘m. En niet een beetje.

Daniel