De 38ste dag, zondag 3 april 2011

Over geduld is veel geschreven in de literatuur. Loes, zus van Joep, kreeg onlangs het gedicht ‘Was mich bewegt’ van Rainer Maria Rilke toegespeeld. De Nederlandse vertaling ervan:

Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart
en probeer je vragen met liefde te bezien
als kamers die gesloten zijn
of als boeken in een volslagen vreemde taal

Zoek nog niet naar antwoorden
die kunnen je nog niet gegeven worden
omdat je niet in staat zou zijn ze te leven
En het gaat erom alles te leven

Leef nu de vragen
Misschien zul je dan geleidelijk,
zonder het te merken
jezelf ooit op een dag,
in het antwoord terug vinden

Rainer Maria Rilke

Onszelf terugvinden. Gaan we ooit doen – en op z’n minst hartstochtelijk proberen. Maar eerst Joep. 

Dit is de 38ste dag, Joep is nog altijd spoorloos. Het is koopzondag. Alles te koop behalve de hoop. Hoeft ook niet. Zit in ons. Van nature.

Enkelen van ons zijn er sterk van overtuigd dat Joep deze week gevonden wordt. De politie gebruikt een vuistregel: binnen 40 dagen vind je de vermiste. Zo niet, dan wordt het een aanslag op je uiterste kracht en geduld. Dinsdag 5 april is de 40ste dag. Dan valt de vlag.

Zaterdag 2 april hebben we met zo’n vijftienen de tafel in Joeps huis gedeeld. Eten, drinken, nieuwe omsingelingen van vragen – want ze laten zich nauwelijks benaderen. Schuwe vragen. Voor je het weet, schieten ze weg. De vraag die al vijf weken op z’n qui vive blijft: ‘Waarom?’

Een nieuwe dag. We wachten. Dit wachten kent weinig spraak. Het voltrekt zich in stilte. Alles gezegd, instemmend beknikt. Louter het kijken naar klokken.

Deze lente is een wachtkamer: een tegenstelling in de tijd. Maar een gastvrije. Pak rustig een stoel. Schuif aan. Je bent welkom. 

Hier zitten we. In ons is het stil. Af en toe een opwaaiende vraag. Luidruchtiger is de lente. Want groei wil verbazen, ook oren. We luisteren. Naar het vertakken, ontvouwen en openbreken. We horen het vieren: in de parken en tuinen woont feest. Soms doet dat pijn aan onze oren. Maar we wenden het hoofd niet vijandig af. Wie het leven afwijst, zou Joep ontkennen: de man die in ons leeft.

Tot slot. We blijven kracht putten uit al jullie reacties. Het zijn krokussen, in deze lente die het niet kan helpen dat ze lente is. Gelukkig maar.

Warme groet, tot snel.