De 50ste dag, vrijdag 15 april 2011

Lustrum van de leegte. Dit is de vijftigste dag dat Joep vermist is. 

Wat blijft, zijn de vragen. Als een kudde schapen onder je slaapkamerraam. Maar niet te tellen. Op zulke wakkere nachten ontdek je dat zinloosheid vaak een rituele functie heeft. Want voor de duizendste keer stel je vragen zonder antwoorden tegen te komen. Die antwoorden hebben pleinvrees. Je kunt overal rondkijken, maar ze laten zich niet zien.

Drie van die vragen. Wat gebeurde er op die vroege ochtend van vrijdag 25 februari in hoofd en hart van Joep? Waar is hij nu? En wanneer wil de natuur hem teruggeven? 

De verbijstering vorige week donderdag. De laatste zoekactie bij Hedel. Geen Joep. Noch onder de brug, noch in de voormalige haven van de Genie. “Maar hij moet toch ergens zijn?”, zei iemand die avond op de Doessingel. Dat klopt. Maar het begip ‘ergens’ splitst zich deze lente op, in twee tegenovergestelde betekenissen. Ergens betekent: op elke denkbare plek op de wereld. Maar ook: op die ene plek, maximaal twee vierkante meter in oppervlakte. Ergens is een schuw nergens: het durft nog geen ergens te zijn.

Wat we ontdekken: het verdriet om Joep kent z’n eigen, ondoorgrondelijke choreografie. Het is geen logisch patroon. Verdriet sleurt je plotseling naar achteren. Of met een ruk naar voren. Halve cirkel naar links. En verder. Het groeiende inzicht dat verdriet zich niet laat leiden – het wil overgave.

De vijftigste dag. De onvermijdelijkheid. De komende dagen zullen we in kleine kring spreken over afscheid. We gaan proberen een dag te omcirkelen. Inhoud, schaal, vorm en locatie: het zal voorzichtig klank krijgen. Tegelijkertijd zal die dag van afscheid slechts een komma in de tijd zijn. Omdat we pas werkelijk afscheid van Joep kunnen nemen als hij terug is gekomen.