De eenentwintigste dag, donderdag 17 maart

Vorige week kregen we een mailtje van een vrouw. Ze wachtte twee maanden op haar vermiste zoon. Ze schrijft: “Je blijft overeind, je wordt niet gek. Maar je zult elke minuut moeten voelen. En het is stil. Heel stil.” Wijze woorden. Het is stil. Vrijwel alles gezegd. Nagenoeg alle scenario’s doordacht. Wat overblijft, is kale taal en een veem vol vragen.

Daniël, Mech, familie en andere direct-betrokkenen houden zich overeind. Wonderwel. In het weekeinde komt iedereen bijeen – een ploeg van zo’n vijftien mensen. Dat zijn belangrijke ontmoetingen. Tussentijds worden in kleiner gezelschap allerlei kwesties besproken: hoe groot acht de politie de kans dat Joep tussen nu en circa 5 april – oftewel 40 dagen na z’n verdwijning – gevonden wordt? [99 procent], wat doen we met verzoeken van Volkskrant, Brabants Dagblad en overige media [vooralsnog niets], wordt er nagedacht over een afscheidsbijeenkomst? [ja, voorzichtig, maar zonder enige tijdsindicatie], stellen Daniël, Mech en familie alle indrukwekkende blijken van steun nog steeds op prijs? [ja]

Over de zoektocht: de komende tijd zal de Internationale Reddingshonden Groep nog regelmatig de buurt van de Hedelse brug verkennen. 

Over De Zoldermannen, de werkgemeenschap op de Walpoort waar Joep deel van uitmaakt: zijn werkplek blijft onaangeroerd. Met een kanttekening: Joep z’n werkplek jokt. Geruststellend zegt z’n stoel: hij is even op pad. Kijk, maar. Alles is onveranderd. Niks aan de hand. Hij komt terug. 

Eric, vriend en collega van Joep, schreef een column/stadskroniek over de verdwijning. Die is woensdag 16 maart in het Brabants Dagblad en op www.bosschekroniek.nl gepubliceerd. Op uitnodiging van de familie is de tekst ook op deze blog geplaatst.