De zestiende dag, zaterdag 12 maart 2011

De zestiende dag. Niet uitgeteld. Wel moe. En steeds stiller. In die woordeloosheid ligt het weten: Joep komt niet terug.

Langzaam wijkt de ontzetting voor verweesheid. Holle, volle dagen. En steun uit alle windrichtingen. Een kleine greep: de Apple-man bij wie Joep rond 1990 z’n eerste Mac kocht, die zijn hand- en spandiensten aanbiedt; de christelijke bladmanager die bidt dat Joep gevonden wordt; de moeder van een langdurig vermiste – en alsnog gevonden – zoon uit Brabant die haar steun aanbiedt; de fotografen uit stad en land die Joep z’n beeldarchief willen helpen ordenen.

Sommige berichten komen binnen via ‘Contact’ op deze blog – zie onderaan. Wie in de beslotenheid van zo’n rechtstreekse mail zijn of haar hart wil luchten: dat kan. De mails worden gewetensvol behandeld en – indien gewenst – meteen doorgespeeld aan de specifieke betrokkene[n].

Ook op het reguliere e-mailadres van Joep komen berichten binnen. Vermeldenswaard: een marketing- en communicatiemedewerker van Theater Instituut Nederland [TIN] die gisteren nietsvermoedend een mail aan Joep stuurde. TIN wil de glazen toegangsdeuren van haar kantoor aan de Amsterdamse Sarphatistraat met transparant folie beplakken met daarop gedrukt een van Joeps duizenden podiumkunstfoto’s. Of dat kon? We hebben de TIN-medewerker over de vermissing van Joep geïnformeerd. Te zijner tijd zal TIN de verlangde foto – van een scène uit een stuk van Theater Artemis – ontvangen. Het zou Joep vrolijk stemmen: zijn foto op deuren die toegang bieden tot het ‘Nederland van de verbeelding’. Ere wie ere.

Over de brug bij Hedel: sinds dinsdag jl. wapperen er enkele linten aan de reling. Ze zijn bevestigd door leden van de zogenoemde Bende van Stavelot, toenmalige medewerkers van het FNV-Magazine, met wie Joep – als het even kon – jaarlijks een doorleefd weekeind in de Ardennen doorbracht. “Laten we een collectief Christo-project maken”, schreef een van de Stavelot-gangers over de bruglinten.

De Ardennen-gangers zijn niet de enigen die de Hedelse brug en de aangrenzende inham opzoeken. Elke dag zijn er betrokkenen te vinden: familieleden, vrienden, Brabantse theatermakers en collega-fotografen. Ze zoeken. Naar onopgemerkte aanwijzingen. Naar het briefje waarop staat: ‘Dit is een afgrijselijk misverstand’. Ze zoeken onze lief, vader, broer, vriend en collega Joep.

Rutger Kopland schreef: ‘Wie iets vindt, heeft slecht gezocht.’ Die wijsheid van Kopland – dichtersnaam van psychiater Van den Hoofdakker – bewijst dagelijks haar geldigheid op sofa’s, in de zoeker van een camera, op podia. Maar niet aan de oevers van de Maas.

De zestiende dag.
Joepie, wish you were here.