Heleen: vrijdag 18 maart 2011

Ik was donderdag weer op de brug. Met een kleine omweg van Düsseldorf naar Amstelveen, via pap en mam in Eindhoven. Even “langs Joep”. Kijken of hij me niet nodig heeft. Rare gedachte, ik weet het. Maar toch. Het idee dat mijn broertje daar ergens alleen zou kunnen zijn – en niemand hem ziet. Ik kan er niet goed tegen. 

Staand op de brug, nadat teleurstelling en opluchting om voorrang strijden dat ik hem – weer – niet vind, peins ik over wat ik zou zeggen als je me vraagt waarom ik sinds 25 februari eigenlijk nog maar één gedachte en één emotie ken: – Joep. We spraken elkaar niet iedere dag, niet eens iedere week. 
Hoewel ik hem altijd mijn broertje noem, is Joep een kop groter en elf jaar ouder dan ik. Ik was zeven toen Joep het huis uit ging. Tot de geboorte van Daniël in 1990 kende ik Joep eigenlijk niet. Tot die tijd heette hij ook ‘mijn broer’. In twintig jaar ontdekte ik het verschil in betekenis van een woord. Zoveel gedeelde hoogte- en dieptepunten. Zoveel beelden in mijn hoofd. Maar vooral: zo’n zware steen op mijn maag, nu. Hoe leg ik uit waar geen woorden voor bestaan?

Wat hebben we een oeverloze gesprekken gehad, die vaak kant noch wal raakten, maar vaak genoeg ook behoorlijk diepzinnig. Als we de wereldproblemen dachten op te lossen, waren we de volgende ochtend negen van de tien keer onze enorm wijze inzichten alweer vergeten. Gelukkig werkt het het langetermijngeheugen beter als het om persoonlijke inzichten gaat. In al die gesprekken is zelden uitgesproken wat onze harten nou precies verbond. Dat hoefde ook niet. Een blik over de tafel, een grijns, een hand op elkaars schouder, een bijna laconieke opmerking. Ze zeiden het allemaal.

Jaren geleden heb ik mijn eerste, nagelnieuwe auto van een dijk gereden en wat onhandig tegen twee bomen geparkeerd. Bomen en ik waren uiteindelijk redelijk onbeschadigd, maar de Corsa was total loss. Toen Joep het hoorde, kreeg ik een berichtje: “Zusje, de volgende keer dat de asbak vol zit, hoef je niet de hele auto om te draaien!” Voor iedereen die basic-Joeperiaans spreekt, is dat klare taal voor: “Lieve Leen, doe me dat niet nog een keer aan: ik wil je niet kwijt”.

Nu sta ik op de brug, kennelijk zo verloren dat een lieve, geëngageerde passerende fietser zich bezorgd omdraait en me vraagt of ik geen gekke dingen van plan ben. Of hij me kan helpen..? De ironie. Nee, ik zou willen dat u me kon helpen, maar tenzij u nog een wonder in de aanbieding heeft, denk ik niet dat het gaat lukken. Ja, ik ben de weg kwijt. Maar niet zoals u denkt. Ik ben gewoon, heel simpel, de weg kwijt naar mijn broertje.

En met mij nog een heel leger aan warme, geweldige, echte mensen die allemaal een akelige lege plek in hun hart hebben. Het leger dat, als je het om de tafel ziet zitten, de optelsom van Joep is. En dat samen met alle hartverscheurende en hartverwarmende commentaren op Joeps blog, het mooiste monument voor Joep vormt dat ik me maar voor kan stellen. 

En op dat moment beginnen mijn ogen te tranen. Dat Joep dit niet kan zien. Dit is wat Joep, mijn broertje, definieert. Zijn liefde voor mensen komt full circle round. Het doet meer pijn, en het troost tegelijkertijd.

De vriendelijke fietser geeft me een hand en wenst me heel veel sterkte. Teruglopend naar de auto besef ik dat hij me wel geholpen heeft. Zoiets zou Joep ook hebben kunnen doen. Onbaatzuchtig, bezorgd om en oprecht geïnteresseerd in mensen om je heen, ook onbekenden. 

Ik blijf me verloren voelen als ik denk met wie Daniël en ik in Wales op kreeftenjacht moeten gaan. Het schiet door m’n hoofd dat ik de volgende keer als ik in Engeland ben het magazine Guitarist niet meer hoef te kopen. Dat we dan ook niet meer de “Hoeveel krijg je van me? […] Jij kookt”-discussie-voor-de vorm zullen hebben. En ik jouw scheve glimlach niet meer krijg, die alles zegt.

Dit kleine zusje wil wanhopig graag haar broertje terug. Gelukkig, lachend en zoveel mensen blij makend. Joepie, wat hou ik veel van je.