De 26ste dag, dinsdag 22 maart 2011

Gesprek op een dinsdagochtend. “Lente”, zegt de wereld nadrukkelijk. Ja, weten we. Riep ze gisteren ook al. Maar de lust ontbrak om iets terug te zeggen. Tegelijkertijd het besef: je kunt het een boom niet kwalijk nemen dat ze naar blad verlangt. Het is lente, op de 26ste dag van Joeps vermissing.

Onder theatermakers is de verdwijning van Joep allerminst onopgemerkt gebleven. Joep werkte voor onder meer Drie Ons, Theater Artemis, Theatergroep Max., Sonnevanck, Het Zuidelijk Toneel, Theaterfestival Boulevard en Productiehuis Brabant. Ook zat hij in de raad van advies van United-C. Een gezelschap dat hij op de voet volgde, was, Matzer Theaterproducties. Voor dit gezelschap fotografeerde Joep kort voor z’n verdwijning de nieuwe productie ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’. Tweemaandelijks organiseert Matzer op zondagochtenden ook een zogeheten ‘Kunstdienst’. De editie van zondag 13 maart stond in het teken van ‘komen en weggaan’, een thema dat al maanden geleden was bepaald. Een fragment uit de inleiding van schrijver en presentator Frederieke Hijink:

“Soms besluiten we zelf om te vertrekken. Maar vaak genoeg kiezen we er niet voor. De reis overkomt ons door oorzaken die buiten ons bereik liggen, buiten onze invloed. Juist dan komt het er op aan. Kunnen we dan verdragen dat iets nooit meer wordt zoals het was, dat we drijven op een ijsschots die onverwacht is afgebroken en nog niet weten waar en wanneer we weer vaste grond onder de voeten krijgen?

Het zijn wankele weken in en rond de Verkadefabriek. Op 25 februari ging fotograaf Joep Lennarts weg van huis en hij kwam niet meer terug. De verslagenheid is zo groot. Hoe moeten de mensen om hem heen zich verhouden tot de onzekerheid van een afscheid dat geen afscheid is? Daar is geen antwoord op, er is alleen een reis door deze rauwheid. Elkaar vasthouden, dichterbij elkaar zijn dan ooit en tegelijk weten dat in feite iedereen alleen op weg is in het zich opnieuw verhouden tot een schrijnende werkelijkheid.”

Over weten en niet-weten: gissen is ondragelijker dan feiten kennen. In dat besef willen we sec enkele omstandigheden toelichten waaronder Joep is verdwenen, maar ook verhelderen – voor zover dat kan – welke stappen wij en hulpdiensten hebben gezet en wat er mogelijk in het verschiet ligt.

Afgelopen herfst en winter heeft Joep verschillende mensen verteld dat hij zich zorgen maakte over zichzelf en werk. Ook dacht hij veel na over zijn verleden en de toekomst. Met enkelen voerde Joep hierover diepere gesprekken. Zijn zorgen leidden tot slapeloosheid en – bij vlagen – aanvallen van paniek, met name ’s nachts. Joep gebruikte medicatie. Drie dagen voor z’n verdwijning heeft Joep zijn huisarts bezocht, die hem heeft voorgesteld om van medicatie te veranderen. Dat is ook gebeurd. Het gaat om een anti-depressivum dat hij in een lage dosering voorgeschreven heeft gekregen. Bij psychofarmaca bestaat het risico dat een zogenoemd paradoxaal effect optreedt. Oftewel: de klachten waartegen het middel wordt gebruikt – in dit geval forse neerslachtigheid –  verergeren. Paradoxale effecten treden met name in de beginperiode van medicijngebruik op. Het zal echter nooit opgehelderd kunnen worden in hoeverre de overstap in medicatie heeft bijgedragen aan de vermoedelijke paniekaanval waarin Joep op de vroege ochtend van vrijdag 25 februari van huis is vertrokken.

Feitelijk is onbekend of Joep rechtstreeks naar Treurenburg is gereden of van tevoren nog elders is geweest. Joep kende de locatie bij Hedel. Honderden malen is hij de brug over de Maas gepasseerd, op weg met foto’s voor de Volkskrant. Zoals enkelen ook opmerkten: voor het blad ‘Huisvlijt’ van Productiehuis Brabant maakte Joep in de zomer van 2006 een foto van de onderzijde van de Hedelse brug.

Wat er na Joeps vertrek van huis – na 04.00 uur – is gebeurd, weten we niet. Zijn geparkeerde wagen is rond 05.30 uur door een voorbijganger opgemerkt, Joeps auto stond boven aan het brede fietspad – een voormalige rijstrook – in de berm van het talud, aan de Brabantse zijde van de brug. Een misdrijf is niet volledig uit te sluiten, maar wordt erg onwaarschijnlijk geacht.

Over de beweerde stap die Joep die ochtend zou hebben gezet: met onze kennis van wie Joep is, weten we zeker dat hij niet in vrijheid en met zicht op consequenties heeft gehandeld.

Waar [en of] Joep in het water is beland, blijft duister. De vindplaats van zijn auto doet evenwel het ergste vrezen. Als Joep bij de Hedelse brug of in de aangrenzende inham van de Maas is beland, dan is de kans groot dat hij zich in de nabijheid bevindt, op minder dan 100 meter afstand van de plek waar hij te water zou zijn geraakt.

Volgens experts komt iemand die bij de huidige watertemperaturen [2 tot 5 graden Celsius] verdrinkt, pas na twee tot zes weken weer boven water. Vervolgens kan de stroming in de Maas een vermiste stroomafwaarts meevoeren. De Maas meandert, wat de kans vergroot dat Joep uiteindelijk in een bocht, een rivierkom of op een stromingsvrije plek achter een van de strekdammen wordt gevonden.

Bij de huidige watertemperaturen zal een vermiste, nadat hij aan de oppervlakte is gekomen, slechts enkele dagen blijven drijven. Nadien zal de vermiste weer onder water verdwijnen. In dat geval kan het weken of maanden duren voordat de betrokkene wordt gevonden. Onder binnenvaartschippers is het bericht over de verdwijning van Joep bekend.

De Internationale Reddingshonden Groep [IRG], de Bossche Reddingsbrigade en politiediensten hebben het gebied rondom de Hedelse brug meerdere malen uitgekamd, zowel op als buiten de oevers. De Koninklijke Landelijke Politie Dienst [KLPD] en gemeentelijke brandweer hebben de Maas gezamenlijk met sonar en andere middelen afgezocht. Ook familie en vrienden van Joep hebben met een boot de oevers afgezocht. Dagelijks gaan er mensen – zowel van officiële instanties als familie en vrienden – naar de Hedelse brug en omgeving in de hoop op een teken. Alle tips die via ons of rechtstreeks bij de politie zijn beland, zijn zorgvuldig onderzocht. Er zijn twee paragnosten geraadpleegd, tot nu toe zonder resultaat.

Al had Joep zijn bedenkingen over social media en digitalisering – hij zat liever met je aan tafel, inclusief koffie of wijn – toch hebben Facebook, Twitter, sms en weblog ons grote diensten bewezen. Uit reacties blijkt dat velen ook troost uit elkaars reacties putten. Sinds zondag 27 februari is deze blog door ruim 50.000 unieke bezoekers bezocht. Maar de mateloze inzet en betrokkenheid van iedereen ten spijt: Joep is nog altijd niet gevonden. 

Hoe verder? Geduld, mededogen en zachtmoedigheid – there’s nothing else. 

Als je naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebt, verzoeken we je om die niet als reactie op deze blog maar per mail aan ons te stellen.

Steunbetuigingen en andere reacties stellen wij natuurlijk wel op prijs in deze blog: zonder jullie waren we allang omgevallen.

Ondertussen is het lente. Zij is niet leeg. Ze is vol van afwezigheid.

Heleen: vrijdag 18 maart 2011

Ik was donderdag weer op de brug. Met een kleine omweg van Düsseldorf naar Amstelveen, via pap en mam in Eindhoven. Even “langs Joep”. Kijken of hij me niet nodig heeft. Rare gedachte, ik weet het. Maar toch. Het idee dat mijn broertje daar ergens alleen zou kunnen zijn – en niemand hem ziet. Ik kan er niet goed tegen. 

Staand op de brug, nadat teleurstelling en opluchting om voorrang strijden dat ik hem – weer – niet vind, peins ik over wat ik zou zeggen als je me vraagt waarom ik sinds 25 februari eigenlijk nog maar één gedachte en één emotie ken: – Joep. We spraken elkaar niet iedere dag, niet eens iedere week. 
Hoewel ik hem altijd mijn broertje noem, is Joep een kop groter en elf jaar ouder dan ik. Ik was zeven toen Joep het huis uit ging. Tot de geboorte van Daniël in 1990 kende ik Joep eigenlijk niet. Tot die tijd heette hij ook ‘mijn broer’. In twintig jaar ontdekte ik het verschil in betekenis van een woord. Zoveel gedeelde hoogte- en dieptepunten. Zoveel beelden in mijn hoofd. Maar vooral: zo’n zware steen op mijn maag, nu. Hoe leg ik uit waar geen woorden voor bestaan?

Wat hebben we een oeverloze gesprekken gehad, die vaak kant noch wal raakten, maar vaak genoeg ook behoorlijk diepzinnig. Als we de wereldproblemen dachten op te lossen, waren we de volgende ochtend negen van de tien keer onze enorm wijze inzichten alweer vergeten. Gelukkig werkt het het langetermijngeheugen beter als het om persoonlijke inzichten gaat. In al die gesprekken is zelden uitgesproken wat onze harten nou precies verbond. Dat hoefde ook niet. Een blik over de tafel, een grijns, een hand op elkaars schouder, een bijna laconieke opmerking. Ze zeiden het allemaal.

Jaren geleden heb ik mijn eerste, nagelnieuwe auto van een dijk gereden en wat onhandig tegen twee bomen geparkeerd. Bomen en ik waren uiteindelijk redelijk onbeschadigd, maar de Corsa was total loss. Toen Joep het hoorde, kreeg ik een berichtje: “Zusje, de volgende keer dat de asbak vol zit, hoef je niet de hele auto om te draaien!” Voor iedereen die basic-Joeperiaans spreekt, is dat klare taal voor: “Lieve Leen, doe me dat niet nog een keer aan: ik wil je niet kwijt”.

Nu sta ik op de brug, kennelijk zo verloren dat een lieve, geëngageerde passerende fietser zich bezorgd omdraait en me vraagt of ik geen gekke dingen van plan ben. Of hij me kan helpen..? De ironie. Nee, ik zou willen dat u me kon helpen, maar tenzij u nog een wonder in de aanbieding heeft, denk ik niet dat het gaat lukken. Ja, ik ben de weg kwijt. Maar niet zoals u denkt. Ik ben gewoon, heel simpel, de weg kwijt naar mijn broertje.

En met mij nog een heel leger aan warme, geweldige, echte mensen die allemaal een akelige lege plek in hun hart hebben. Het leger dat, als je het om de tafel ziet zitten, de optelsom van Joep is. En dat samen met alle hartverscheurende en hartverwarmende commentaren op Joeps blog, het mooiste monument voor Joep vormt dat ik me maar voor kan stellen. 

En op dat moment beginnen mijn ogen te tranen. Dat Joep dit niet kan zien. Dit is wat Joep, mijn broertje, definieert. Zijn liefde voor mensen komt full circle round. Het doet meer pijn, en het troost tegelijkertijd.

De vriendelijke fietser geeft me een hand en wenst me heel veel sterkte. Teruglopend naar de auto besef ik dat hij me wel geholpen heeft. Zoiets zou Joep ook hebben kunnen doen. Onbaatzuchtig, bezorgd om en oprecht geïnteresseerd in mensen om je heen, ook onbekenden. 

Ik blijf me verloren voelen als ik denk met wie Daniël en ik in Wales op kreeftenjacht moeten gaan. Het schiet door m’n hoofd dat ik de volgende keer als ik in Engeland ben het magazine Guitarist niet meer hoef te kopen. Dat we dan ook niet meer de “Hoeveel krijg je van me? […] Jij kookt”-discussie-voor-de vorm zullen hebben. En ik jouw scheve glimlach niet meer krijg, die alles zegt.

Dit kleine zusje wil wanhopig graag haar broertje terug. Gelukkig, lachend en zoveel mensen blij makend. Joepie, wat hou ik veel van je.

De eenentwintigste dag, donderdag 17 maart

Vorige week kregen we een mailtje van een vrouw. Ze wachtte twee maanden op haar vermiste zoon. Ze schrijft: “Je blijft overeind, je wordt niet gek. Maar je zult elke minuut moeten voelen. En het is stil. Heel stil.” Wijze woorden. Het is stil. Vrijwel alles gezegd. Nagenoeg alle scenario’s doordacht. Wat overblijft, is kale taal en een veem vol vragen.

Daniël, Mech, familie en andere direct-betrokkenen houden zich overeind. Wonderwel. In het weekeinde komt iedereen bijeen – een ploeg van zo’n vijftien mensen. Dat zijn belangrijke ontmoetingen. Tussentijds worden in kleiner gezelschap allerlei kwesties besproken: hoe groot acht de politie de kans dat Joep tussen nu en circa 5 april – oftewel 40 dagen na z’n verdwijning – gevonden wordt? [99 procent], wat doen we met verzoeken van Volkskrant, Brabants Dagblad en overige media [vooralsnog niets], wordt er nagedacht over een afscheidsbijeenkomst? [ja, voorzichtig, maar zonder enige tijdsindicatie], stellen Daniël, Mech en familie alle indrukwekkende blijken van steun nog steeds op prijs? [ja]

Over de zoektocht: de komende tijd zal de Internationale Reddingshonden Groep nog regelmatig de buurt van de Hedelse brug verkennen. 

Over De Zoldermannen, de werkgemeenschap op de Walpoort waar Joep deel van uitmaakt: zijn werkplek blijft onaangeroerd. Met een kanttekening: Joep z’n werkplek jokt. Geruststellend zegt z’n stoel: hij is even op pad. Kijk, maar. Alles is onveranderd. Niks aan de hand. Hij komt terug. 

Eric, vriend en collega van Joep, schreef een column/stadskroniek over de verdwijning. Die is woensdag 16 maart in het Brabants Dagblad en op www.bosschekroniek.nl gepubliceerd. Op uitnodiging van de familie is de tekst ook op deze blog geplaatst.

Eric: Het priemgetal 53

16 maart 2011 gepubliceerd in het Brabants Dagblad en de Bossche Kroniek, door Eric:

Handig, zo’n stadsplattegrond. Hij staat links van Café Treurenburg, vlakbij de Hedelse brug. Een stip vertelt waar je bent. Verdwalen hoeft niet. Toch kun je het spoor bijster raken. Het kompas op de iPhone van Joep Lennarts bracht hem naar de Maas.

Grind in m’n buik. Kiezelverdriet. Of is het van de sterke koffie in truckerscafé Treurenburg? Tweede kopje. Dit is de negentiende dag dat vriend en fotojournalist Joep vermist is. Op vrijdag 25 februari is hij tussen 04.00 en 05.30 uur van Den Bosch naar de Maas gereden. Nooit meer omgekeerd.

Een tollend hoofd. Cirkeldenken. Tot het eind: de rotonde bij Treurenburg. Op dat vroege tijdstip moet Joep de lampen in het café hebben zien branden. Vanaf 04.00 uur open. Altijd een vers bakkie troost. Ja, met melk en suiker. Joep dronk rooms. Maar calvinistisch in z’n nippen. Om over z’n gedachten maar te zwijgen.

‘Foto’s zijn de tentstokken van het geheugen’ schreef auteur Gerrit Krol. Maar aan de wanden van Treurenburg ontbreken kiekjes. Het verleden telt hier niet. De toekomst evenmin. In dit café doen de uren stoelendans. En het nu wint altijd.

Het is 09.12 uur. Twee vrouwen leuten koffie in ‘Pafferij de Peuk’, het glazen rookhok van het café. Krantenlezer Kees verdiept zich in naschokkend Japan. Op de menukaart wachten broodje Treurenburger, hete kip en sorbet. Maar bezoeker Bertie heeft liever beschuit met muisjes. Vannacht is hij opa geworden. Een meisje. Dewi. Nee: De-wi. Mooi kind, 53 centimeter. Alles d’r op en d’r aan. Hûh? Wè zèdde nou? Sjangs vrouw dôôd? Pas 53, verzucht de cafébazin. Het leven is hard, hoofdschudt Bertie. Doe trouwens maar een uitsmijter.

In het landschap trekken groepjes pixels voorbij: de kalende jogger, de scholier met de scheve bagagedrager, lijn 165 naar Druten. Maar geen Joep te zien. “Goeie plek, Treurenburg”, zou hij mompelen. Want Joep had oog voor de achterkant van het leven. Grofkorrelig en zwartwit.

Vooruit, wat kleur. Want Joeps vermissing roept het rood in mensen wakker. Kleur van liefde en mededogen – laat de ijstijdprofeten maar kletsen. Sinds 25 februari zijn op Joeps website 417 reacties geplaatst. Wie de inzet van de Bossche hulpdiensten zou willen fotograferen, kan niet zonder groothoeklens. Achterblijvers van elders vermiste Nederlanders bieden per mail hun hand- en spandiensten aan. Maar ook talloze bellers, onder wie leden van het College van B&W, tonen Tien op de Schaal van Betrokkenheid. Alleen de SBS6-redacteur uit Hilversum vangt bot: of familie en vrienden niet in ‘Hart van Nederland’ willen? Nee. Dit land is te verzot op luidruchtig rouwbeklag, publieke katzwijm en collectieve beschuldiging – Den Haag zal het wel weer gedaan hebben. Waxinelichtjes ontbraken in Joep z’n voorraadkast.

Op het bord bij de parkeerplaats van Café Treurenburg staat ‘Zwiedzajacych’. Dat is Pools. Het betekent: ‘Alleen voor bezoekers’. Nog meer gastvrijheid biedt het bord naast het café: ‘Strefa prywatna’ oftewel ‘Eigen terrein’. Korter kan de tragedie van de 21ste eeuw niet beschreven worden: elke mens z’n eigen territorium – kadastraal, fysiek maar vooral geestelijk.

Afrekenen. Terugfietsen. Onderweg denk ik: de mens is een camera op benen. Joep voorop, altijd scherp in z’n bewogenheid. Sluitertijd: 53 jaar. Te kort. Klik, klonk het in de fotograaf. Aan het intense licht kwam een einde.

Verder fietsen. Grijze lucht boven Den Bosch. Laat het schoolbordverf regenen, denk ik. Urenlang, tot de stad matzwart is. Een krijtje heb ik al op zak. Gebroken, maar genoeg voor drie woorden: waar ben je?

Daniël: maandag 14 maart 2011

Beste vrienden, familie, collega’s en kennissen,

Het is inmiddels al weer tweeënhalve week geleden dat ik het telefoontje kreeg dat papa’s auto bij de Hedelse brug gesignaleerd was. Een telefoontje dat mijn leven op z’n kop zou zetten. Het begin van tweeënhalve week wachten en zenuwen, ijsberen en peinzen, huilen en balen. Maar ook tweeënhalve week van mooie herinneringen, liefde en lachen. Een rollercoaster van emoties, een slechte B-film waar maar geen einde aan komt.

En toch: life goes on. Hoe moeilijk dat ook is. Ik ben op mijn werk geweest – aan de goeie kant van de bar, dat wel – en ook de Bossche kroegen heb ik weer van binnen bekeken. Ik kom veel fijne mensen tegen, iedereen leeft mee. Ik verbaas me telkens weer over het aantal mensen dat papa kent. Zijn vermissing heeft een enorme impact. En elke blijk van medeleven maakt me sterker. Ik kan het gebruiken. Zonder de steun van vrienden en familie had ik nooit overeind kunnen blijven.

Afgelopen week ben ik ook voor het eerst weer bij de brug wezen kijken. Met een knoop in mijn maag ben ik erheen gereden, maar het viel me uiteindelijk niet tegen. Het zonnetje scheen, de vogeltjes floten. Het heeft me goed gedaan, de negatieve associaties van de eerste dag zijn grotendeels gewist. Wat niet wegneemt dat café Treurenburg nooit mijn stamkroeg zal worden.

Nu ik mijn gewone leventje weer een klein beetje aan het oppakken ben, merk ik ook hoe erg papa daarin verweven is. Hij is overal, met z’n foto’s en zijn spullen maar ook in mijn eigen doen en laten. 

Ik wil nog zo veel vragen stellen en hem vertellen wat ik de laatste dagen heb meegemaakt. Maar dat gaat niet. Ik mis ‘m. En niet een beetje.

Daniel

Mech: donderdag 14 maart 2011

Lieve mensen,

Gisteren heb ik de moed gevonden om, na een eerder bezoek op vrijdag 25 februari, opnieuw naar de onheilsplek bij Hedel te gaan. Tijdens de eerste liefdesdagen met Joep heb ik hem van een van mijn verre reizen een klein Azteken-fluitje uit Mexico cadeau gegeven. Hij noemde het gniffelend een ‘lokfluitje voor terreinfietsers’ (Joep is dol op fietsen). Dat fluitje vond ik deze week, door een zee van tranen, naast zijn bed terug. Het bracht mooie herinneringen aan ons boven.

Ik ben gisteren met het fluitje en fluittonen op pad gegaan naar de Maas om mijn geliefde te vinden. Gevonden heb ik hem niet, maar ik heb wel gevoeld dat het daar, waar hij is, vredig is. Dat er rust is, dat het goed is zo.

Ik heb van die plek aan het water een pril takje levensbloesem meegenomen en het naast het bloesemtakje gezet dat ik gekregen heb toen mijn zus onlangs overleed. Twee takken, beide eigenwijs en krachtig naast elkaar.

Met wijd open armen ontving Joep mij in de zomer van 2009 in zijn leven. Dit voelde zo warm, zo welkom. Ik hield van Joep direct vanaf het prille begin. Geen garantie voor een makkelijke weg, maar de weg die we samen kozen was er een van de toekomst. We zagen of spraken elkaar bijna elke dag. We spraken over samenwonen en een gedeelde toekomst, soms enigszins aftastend, maar in ons hart al vanaf het eerste uur. En nu is hij, zo pats-boem, zomaar op een onbewaakt ogenblik uit mijn leven verdwenen. Ik had willen weten dat het onbewaakte ogenblik eigenlijk bewaakt had moeten zijn om dit vreselijke ongeluk te kunnen voorkomen.

Het is een hartverscheurend, een bijna niet te overzien en onvoorstelbaar verdriet. Ik ben daarin opgevangen, in de armen van ontzettend lieve vrienden en de warme familie van Joep. Door mijn tranen heen heb ik juweeltjes van momenten met eenieder samen gezien en gevoeld, maar ook de identiteitsvragen van Joep – ‘wie ben ik zonder camera?’ – hierin beantwoord gezien. Elk uur was een dag aan emoties. Het hebben me meer geleerd over de kracht in mezelf, de mensen om me heen en het leven zelf. Ik mis mijn lief dag en nacht, kan nog niet half beseffen hoeveel pijn er nog gaat komen.

Er is nog een weg te gaan, maar het begin is er. Het staat hier voor me, in de vorm van twee prille bloesemtakken, levenskracht en rust in mezelf. Stap voor stap herzie ik de toekomst en richt ik me op dat wat er wel is, in het hier en nu. Het echte afscheid zal nog even op zich laten wachten. Joep komt terug als de natuur er klaar voor is. Dat is mijn zekerheid.

Grote dank voor alle troost die ik tot nu toe heb ontvangen in oprechte woorden, blikken en daden. Het helpt me enorm om de meest surrealistische en meest moeilijke tijd van mijn leven door te komen. En dit blijft me helpen.

Mech, 
Joeps lief

De zestiende dag, zaterdag 12 maart 2011

De zestiende dag. Niet uitgeteld. Wel moe. En steeds stiller. In die woordeloosheid ligt het weten: Joep komt niet terug.

Langzaam wijkt de ontzetting voor verweesheid. Holle, volle dagen. En steun uit alle windrichtingen. Een kleine greep: de Apple-man bij wie Joep rond 1990 z’n eerste Mac kocht, die zijn hand- en spandiensten aanbiedt; de christelijke bladmanager die bidt dat Joep gevonden wordt; de moeder van een langdurig vermiste – en alsnog gevonden – zoon uit Brabant die haar steun aanbiedt; de fotografen uit stad en land die Joep z’n beeldarchief willen helpen ordenen.

Sommige berichten komen binnen via ‘Contact’ op deze blog – zie onderaan. Wie in de beslotenheid van zo’n rechtstreekse mail zijn of haar hart wil luchten: dat kan. De mails worden gewetensvol behandeld en – indien gewenst – meteen doorgespeeld aan de specifieke betrokkene[n].

Ook op het reguliere e-mailadres van Joep komen berichten binnen. Vermeldenswaard: een marketing- en communicatiemedewerker van Theater Instituut Nederland [TIN] die gisteren nietsvermoedend een mail aan Joep stuurde. TIN wil de glazen toegangsdeuren van haar kantoor aan de Amsterdamse Sarphatistraat met transparant folie beplakken met daarop gedrukt een van Joeps duizenden podiumkunstfoto’s. Of dat kon? We hebben de TIN-medewerker over de vermissing van Joep geïnformeerd. Te zijner tijd zal TIN de verlangde foto – van een scène uit een stuk van Theater Artemis – ontvangen. Het zou Joep vrolijk stemmen: zijn foto op deuren die toegang bieden tot het ‘Nederland van de verbeelding’. Ere wie ere.

Over de brug bij Hedel: sinds dinsdag jl. wapperen er enkele linten aan de reling. Ze zijn bevestigd door leden van de zogenoemde Bende van Stavelot, toenmalige medewerkers van het FNV-Magazine, met wie Joep – als het even kon – jaarlijks een doorleefd weekeind in de Ardennen doorbracht. “Laten we een collectief Christo-project maken”, schreef een van de Stavelot-gangers over de bruglinten.

De Ardennen-gangers zijn niet de enigen die de Hedelse brug en de aangrenzende inham opzoeken. Elke dag zijn er betrokkenen te vinden: familieleden, vrienden, Brabantse theatermakers en collega-fotografen. Ze zoeken. Naar onopgemerkte aanwijzingen. Naar het briefje waarop staat: ‘Dit is een afgrijselijk misverstand’. Ze zoeken onze lief, vader, broer, vriend en collega Joep.

Rutger Kopland schreef: ‘Wie iets vindt, heeft slecht gezocht.’ Die wijsheid van Kopland – dichtersnaam van psychiater Van den Hoofdakker – bewijst dagelijks haar geldigheid op sofa’s, in de zoeker van een camera, op podia. Maar niet aan de oevers van de Maas.

De zestiende dag.
Joepie, wish you were here.

De twaalfde dag, dinsdag 8 maart 2011

Overpeinzing bij deze dag: Het leven lijkt een cryptogram. Slechts half ingevuld. We zijn onze potloodjes kwijt. Vanaf Joeps verdwijning op vrijdag 25 februari zoeken we verklaringen. Zo is een wankele toren van feiten, veronderstellingen en interpretaties ontstaan. Nadenken is de tegenaanval, als angst en wanhoop op je deur kloppen. Er klinkt veel gebonk.

Denken heeft ook nadelen. Het put uit. Het gidst je met een boog om het gapende verdriet heen. En het geeft de schijn van zekerheid. Zo stoelt onze lezing over wat zich in hoofd en hart van Joep heeft afgespeeld op [sterke] vermoedens, maar niet op onwrikbare zekerheden. Onwetendheid maakt de dagen dof. Je blijft tangrammen met twijfels, zonder dat zich een vorm van zekerheid aftekent.

Het Verhaal kennen we niet. Niet nu, waarschijnlijk nooit. De zelfopgelegde uitdaging: we willen het verhaal niet dichtdenken – hoe troostrijk dat ook is – maar op een kier houden. Zo’n opening is ook een liefdesblijk. Ze zegt: Joep, we weten het niet en willen dit mysterie niet afbakenen met geknutselde conclusies. Liever proberen we ontvankelijk te blijven voor wat we niet [kunnen] kennen. Laten we dat blijven doen met de scherpte die ook Joep altijd ver heeft gebracht: voorbij gemakzucht en middelmatigheid, voorbij slagbomen van landen en instituties en – in het laatste jaar voor zijn vermissing – voorbij de ratio.

Over deze blog. Op zondagmiddag 27 februari 16.00 uur in gebruik genomen, nadat we zo veel mogelijk direct-betrokkenen telefonisch hadden ingelicht. Oogmerk van de blog: enige mate van regie voeren op het bericht over de vermissing – we kennen de mediawereld en met name haar krochten. Zo hebben we met één Facebook, twee Twitter-berichten en een melding op de website van de Verkadefabriek belangstellenden naar Joeps website kunnen gidsen. Vrij snel is het nieuws ook gepubliceerd op Omroep Brabant, de websites van onder meer Villamedia [NVJ/NVF] en Theaterfestival Boulevard en in het Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad.

Aanvankelijk hadden de blogs weloverwogen de inhoud en toon van een persconferentie. Langzaam veranderen ze in gesprekken onder de huiskamerlamp. Dat kan ook, nu [in journalistieke zin] de nieuwswaarde is verminderd en de kring van blogbezoekers kleiner wordt. Wie overblijven, zijn de betrokkenen in de ruimste zin van het woord. Van velen weten we dat ze troost en kracht putten uit reacties van anderen. Dat doet ons goed. Het is een van de beoogde functies van deze blog.

In dat besef hebben Joeps moeder en zus Leen alle blogteksten in het Engels vertaald; aan ‘de overkant’ en met name in Wales wonen veel vrienden en bekenden van Joep. Deze teksten zijn aan hen gemaild.

Dankzij Jeroen, zwager van Joep en IT’er, kunnen we het blogbezoek ook ontrafelen. Joep, nooit wars van een stevige analyse, zou glimlachen: gerangschikte data, tabellen, specificaties van landen/herkomst bezoekers.

Enkele cijfers. In de periode van zondag 27 februari tot dinsdag 8 maart 12.00 uur hebben 25.807 mensen deze blog bezocht. Het gaat om unieke bezoekers. Aantal page views: 117.782, waarbij opvalt dat veel mensen ook fotowerk van Joep bekijken – wat getuigt van oog voor kwaliteit en eigenzinnigheid. Gemiddeld bezoeken mensen deze blog vier- à vijfmaal per dag.

Maandag 28 februari, de dag na de ingebruikname van deze blog, telde de meeste bezoekers: 7.030. De afgelopen vier dagen is er een vrij constant gemiddelde van 1.250 unieke bezoekers per dag. We vinden dat onthutsend veel – in de gunstige zin van het woord. Het drukke maar vooral herhalende bezoek aan de blog illustreert dat veel mensen diep geraakt zijn door de vermissing van Joep. Dat steunt ons enorm.

Enkele landen, met tussen de rechte haakjes het aantal bezoeken tot nu toe: Nederland [29.947], Nederlandse Antillen [3819], VS [1811], Groot-Brittannië [1531] België [552], Duitsland [224], Frankrijk [103].

Genoeg cijfers. Tijd om de werkelijkheid weer in de ogen te zien. Tussen onze vingers door. Te groot, te akelig: Joep is weg.

Muziek in de kamer. Ja, dat mag hard. Buiten is het Carnaval, hier trekken rauwe herinneringen in polonaise voorbij. Klanken van U2, een groep die Joep diverse malen heeft gefotografeerd – bij voorkeur in grofkorrelig zwart-wit. Deze band, die weet hoe beknelde hoop klinkt, was een van Joeps muzikale favorieten.

Uit het nummer ‘Magnificent’ op het album van U2:

‘Only love, only love can leave such a mark
But only love, only love can heal such a scar’

Troostende muziek.

Ons diepste verlangen is dat de titel van deze cd snel haar geldigheid verliest:

No line on the horizon.

We blijven kijken.

Dag acht, vrijdag 4 maart 2011

Vanaf gisteren lassen we enige rust in. Dat is ook nodig. Het geeft tijd voor dat waar we niet aan toekomen. 

Enerzijds gaat het om zaken van veelal praktische aard: afspraken schrappen, werk verzetten, kleren wassen. Maar ook: een korte wandeling maken, gesprekken voeren met vrienden, mails beantwoorden, overpeinzingen noteren. 

Anderzijds gaat het om de realiteit onder ogen durven te zien. Vanaf vrijdag 25 februari, de dag waarop Joep verdween, is er onderlinge steun. Dat lezen we. Dat horen we. We zijn elkaars stormharingen en scheerlijnen. Moet ook. Anders vallen we om van verdriet. Tegelijkertijd ervaren we dat het samenzijn verdooft. 

Als we dag en nacht tafel, koffie en tranen delen, voelen we de rauwe werkelijkheid minder. Joep zou zeggen: durf haar aan te kijken. In dat besef benaderen we stapje voor stapje het onzegbare. Ieder in z’n eigen tempo. Aarzelen mag. Teruglopen ook. Verdriet volgt geen vaste route. 

Vanzelfsprekend blijven we elkaar ook veel opzoeken. In Joeps huis, waar Mech en Daniël zijn. Op de Walpoort. In Eindhoven, waar zijn vader en moeder wonen. In de Verkadefabriek, de culturele huiskamer van Joep. En telkens concluderen we: wat zijn er onvoorstelbaar veel mensen die van Joep houden. 

Al jullie steun komt aan. De mails, telefoontjes, ontmoetingen. Wat ze onderstrepen: er is veel liefde in de wereld – hoeveel kou sommigen in dit land ook aanwakkeren. 

Tot slot: wat troost biedt, is muziek. Dat wist ook Joep. Veel singersongwriters en groepen putten inspiratie uit rivieren, meren en zeeën. Voor Joep is er evenwel maar één ferryman: Bruce Springsteen. We luisteren naar ‘The River’. Zetten de ramen open. En de muziek harder, opdat Joep het hoort – waar hij ook is. 

* De verschijningsfrequentie van deze blog is onregelmatig. Vanaf vandaag zullen we proberen om elke twee dagen een korte, nieuwe blogtekst te publiceren. Als er relevant nieuws is dat niet kan wachten, zullen we dat vanzelfsprekend tussentijds melden.